Nederland denkt steeds positiever over duurzame energie. Ruim tweederde van alle Nederlanders wil dat over tien jaar de helft van alle energie duurzaam wordt opgewekt. Dat geldt het meest voor stemmers op GroenLinks, PvdA en D66, maar het is ook de wens van 63 procent van de PVV-stemmers. Dit staat haaks op het huidige kabinetsbeleid waarin wordt uitgegaan van 14 procent duurzaam per 2020.

Dit blijkt uit recent onderzoek van onderzoeksbureau Ipsos Synovate in opdracht van Eneco. PVV'ers hebben de naam kritisch te zijn als het gaat om duurzame energie. Maar van alle kiesgerechtigden zien CDA-stemmers het minst in het verhogen van de doelstellingen voor de opwekking van duurzame energie in Nederland. Zo'n 5 procent van alle ondervraagden ziet niets in een hogere doelstelling voor opwekking van duurzame energie. Op dit vlak scoort de CDA-aanhang het meest afwachtend, critici tegen een verhoging van de kabinetsdoelstelling bestaan voor 14 procent uit CDA'ers.

Lokaal
CDA-kiezers voelen er ook het minst voor om mee te doen aan initiatieven om lokaal energie op te wekken, bijvoorbeeld met mensen uit de buurt of uit hetzelfde wooncomplex. Slechts ongeveer 30 procent is hier enthousiast over. Datzelfde geldt voor 32 procent van de PVV'ers. Het gemiddelde ligt op 46 procent. Ook hier springen GroenLinks-stemmers eruit: driekwart van hen wil graag aan zo'n lokaal initiatief meedoen. De kiesgerechtigden van links tot rechts geven nu aan wél behoorlijk ambitieus te zijn over duurzame energie, aldus een verklaring van Eneco. Het bedrijf vindt dat het thema onderbelicht blijft in de huidige verkiezingscampagne. „Nederland heeft op dit moment grote moeite om het doel van 14 procent duurzame energie te halen. Bovendien blijkt uit de verkiezingsprogramma's dat er weinig politieke wil is om deze ambitie te verhogen."