Interview > Stichting Klimaatgesprekken 

Jouw klimaatopgave verder brengen in je organisatie? Begin met luisteren

Hoe krijg je toch beweging als je binnen je organisatie op weerstand of een stroperige praktijk stuit? Daarover spreken we Loes van Hove, klimaatcoach bij KlimaatGesprekken. Zij helpt mensen om hun invloed op hun omgeving te vergroten en anderen mee te krijgen in verandering. De methodiek die KlimaatGesprekken daarbij gebruikt, komen uit de gedrags- en klimaatpsychologie. 

Dit interview in het kort

  • Wie een klimaatopgave verder wil brengen, heeft meer nodig dan inhoudelijke kennis. Verandering binnen een organisatie vraagt ook om aandacht voor de mensen die je nodig hebt om die verandering mogelijk te maken.
  • Zie weerstand niet meteen als onwil. Collega’s kunnen klimaat belangrijk vinden, maar ook andere belangen, verantwoordelijkheden en prioriteiten hebben.
  • Duik niet direct de inhoud in. Vraag eerst wat er bij de ander speelt en probeer te begrijpen waar zorgen of weerstand vandaan komen.
  • Luister om te begrijpen, niet om te overtuigen. Eén gesprek hoeft niet direct tot een oplossing of verandering te leiden. Kom er later gerust op terug.
  • Sta bewust open voor bezwaren. Vraag collega’s wat zij als risico of knelpunt zien en betrek ze al bij een plan voordat alles is dichtgetimmerd.
  • Kies strategisch wie je betrekt. Richt je niet automatisch op de grootste tegenstander, maar zoek collega’s en medestanders die willen meedenken en anderen kunnen meenemen.
  • Geef verandering tijd. Goede gesprekken kosten tijd en kunnen het proces aanvankelijk vertragen, maar uiteindelijk juist zorgen voor meer betrokkenheid, eigenaarschap en beweging.

Je werkt aan klimaatadaptatie, de energietransitie of duurzame mobiliteit en inhoudelijk weet je precies waar je heen wilt. Maar binnen je eigen organisatie blijkt die beweging een stuk ingewikkelder. Collega’s hebben andere prioriteiten, werkwijzen moeten veranderen of iemand vraagt zich simpelweg af: waarom moet ík hier iets mee? 

Weerstand betekent niet automatisch dat collega’s klimaat onbelangrijk vinden, vertelt Loes. “Iemand kan privé enorm met klimaat bezig zijn, maar op het werk denken: is dit wel mijn rol? Mag ik hier iets van zeggen?” Of de hoge werkdruk en taakverdeling spelen mee. Een collega kan zich vol overtuiging inzetten voor klimaatadaptatie, maar energie of mobiliteit vooral als het terrein van iemand anders zien.

“Mensen vinden klimaat vaak wél belangrijk, maar het is nooit het enige wat ze belangrijk vinden. Er zijn nog tien andere dingen die ook belangrijk zijn.” Wie binnen de organisatie een klimaatthema of -aanpak verder wil brengen, moet daarom niet alleen verstand hebben van de inhoud. Minstens zo belangrijk is begrijpen wat de ander bezighoudt.

Niet doen: meteen de inhoud induiken

Een valkuil voor klimaatprofessionals is om bij weerstand meteen de inhoud in te duiken. Juist omdat ze veel kennis hebben, ligt het voor de hand om een bezwaar te beantwoorden met nóg meer feiten en argumenten. Loes: “We denken: mensen weten het gewoon nog niet. Als we ze vertellen hoe het zit, dan zullen ze wel iets anders gaan doen. Maar zo werkt het niet.”

Feiten kunnen heel nuttig zijn als iemand al gemotiveerd is, maar nog niet weet hoe. Iemand wil bijvoorbeeld een bedrijventerrein vergroenen, maar weet niet waar te beginnen. Dan helpt praktische informatie. Maar bij een collega die vooral denkt waarom zouden we dit überhaupt doen? heeft uitleg over de uitvoering weinig zin.

“Dan moet je eerst afstemmen op de ander. Wat speelt er? Wat vindt iemand belangrijk? Wat weet diegene al?”

Bij KlimaatGesprekken noemen ze dat meebewegen met weerstand. Niet onmiddellijk proberen een bezwaar weg te nemen, maar eerst onderzoeken waar het vandaan komt.

Je komt niet om iemand te veranderen

Om mee te bewegen met de weerstand is volgens Loes één vaardigheid essentieel: luisteren. “En luisteren is niet alleen stil zijn en wachten tot de ander klaar is. Het is echt proberen te begrijpen: waar komt deze persoon vandaan?”

Dat vraagt om nieuwsgierigheid en de behoefte loslaten om in één gesprek resultaat te boeken.

“Je komt niet om iemand te veranderen, maar om iemand te begrijpen. Als iemand míj probeert te veranderen, ga ik ook steigeren.”

Juist bij een collega van wie je vermoedt dat die weinig met klimaat heeft, kan dat verrassend uitpakken. Misschien blijkt er wel degelijk bezorgdheid of betrokkenheid te zijn, maar op een andere manier dan verwacht. “Je hoort altijd iets anders dan wat je van tevoren invult.”

Vragen die helpen om goed te luisteren

Geef de ander iets langer de tijd voordat je reageert. Vat samen wat je hoort:

  • Dus als ik het goed begrijp, zeg je… klopt dat?

Vraag door met:

  • Wat maakt dat je dat zegt?
  • Kun je daar iets meer over vertellen?
  • Ik zag je net bedenkelijk kijken, wat ging er door je heen?

Eén gesprek hoeft niet alles op te lossen

Luisteren wordt moeilijker als je al pratende denkt: hoe krijg ik het gesprek richting mijn onderwerp?

“Zodra je die gedachte hebt, ben je niet meer bezig met wat de ander vertelt”, zegt Loes.

Niet ieder gesprek hoeft daarom direct ergens toe te leiden. Stel een vraag, luister en kom er een week later nog eens op terug. “Dat geeft zoveel rust. Je kunt denken: ik ga nu gewoon luisteren. Ik hoef niet meteen helemaal die kant op.”

“Je wilt voorkomen dat het [gesprek] een paard van Troje wordt en de ander denkt: ik word hier in de val gelokt."

Ook het moment waarop je een gesprek voert, doet ertoe. Als de emoties hoog zitten of de ander met zijn hoofd ergens anders is, kan het beter zijn om er later op terug te komen. Er is rust nodig om goed naar elkaar te kunnen luisteren. 

Je nieuwsgierigheid moet wel oprecht zijn. Een gesprek aangaan om iemand via een omweg alsnog naar jouw conclusie te leiden, werkt averechts. “Je wilt voorkomen dat het een paard van Troje wordt en de ander denkt: ik word hier in de val gelokt.”

Ook tijd maken voor zulke gesprekken hoort volgens Loes bij veranderwerk. “Soms denk je: ik heb hier helemaal geen tijd voor. Maar tijd is onderdeel van het werk als je verandering wilt bereiken.”

Deelnemers van een workshop ‘klimaatgesprek voeren’. 

“Weerstand is eigenlijk superfijn, want het betekent dat mensen iets om je plan geven. Onverschilligheid is veel moeilijker.”

Vraag juist naar de bezwaren

Wil je collega’s in een overleg betrekken bij je plan? Vraag dan niet alleen wat goed is aan je plan, maar nodig ze ook expliciet uit om zorgen en bezwaren te delen

Welke zorgen zien jullie bij dit voorstel?

“Dat voelt voor veel mensen spannend”, zegt Loes. Zeker als je zelf veel tijd in een plan hebt gestoken. Toch is het zinvol om zorgen vroeg op tafel te krijgen. Anders kunnen ze onderhuids steeds groter worden.

De kunst is om niet onmiddellijk in de verdediging te schieten. “Je moet niet denken dat je plan wordt aangevallen. Weerstand is eigenlijk superfijn, want het betekent dat mensen iets om je plan geven. Onverschilligheid is veel moeilijker.”

Vraag vervolgens niet alleen jezelf hoe je die bezwaren kunt oplossen, maar leg de vraag terug in de groep. Wat zouden we hiermee kunnen doen? Wie hebben we hierbij nodig?  Of vraag rechtstreeks aan een collega: Wat zou jou helpen om hierin mee te gaan?

“Vaak denken we: dan moet ík het gaan uitzoeken en vervolgens met het antwoord terugkomen. Terwijl het veel meer kan helpen om te vragen: hoe zou jij mij hierin kunnen helpen?”

Laat collega’s meedenken voordat het plan af is

Nog een handige tip: kies het juiste moment waarop je anderen bij je plannen betrekt. Veel mensen werken een voorstel soms eerst volledig uit en leggen het daarna pas aan collega’s voor.

“Soms gaan we te ver door. Dan hebben we een heel goed plan geschreven en zeggen we: kijk, hier is het. En dan zeggen mensen: ho, maar hier heb je niet aan gedacht.”

Een voorstel dat nog niet helemaal dichtgetimmerd is, geeft ruimte om invloed uit te oefenen. Vraag bijvoorbeeld: dit zijn de hoofdlijnen, wat zie ik nog over het hoofd? Daarmee vergroot je niet alleen de kwaliteit van een plan, maar ook het eigenaarschap bij collega’s.

Begin niet bij de grootste tegenstander  

Wie verandering wil bereiken, richt de aandacht al snel op degene die het hardst tegenstribbelt. Volgens Loes is dat lang niet altijd de effectiefste route.

“We zijn heel erg geneigd om te gaan praten met degene die het meest dwarsligt. Alsof je bij klimaatgesprekken vooral met die ene oom moet praten die het totaal niet met je eens is.”

Begin liever bij mensen die al wat dichter bij je staan en die anderen kunnen meenemen. Dat kan een manager zijn, maar ook een collega met veel gezag of iemand die het vertrouwen heeft van het management.

“Je kunt niet met iedereen praten. Dus kijk strategisch: met wie kan ik het beste in gesprek om iets vooruit te brengen?”

Een gesprek met een manager vraagt volgens haar inhoudelijk overigens niet om een andere aanpak. “De kern blijft: wat is voor deze persoon belangrijk?” Alleen de context verschilt. Voor een management team krijg je misschien tien minuten, terwijl je een directe collega vaker tegenkomt en een gesprek later kunt vervolgen.

‘Daar ben ik weer met mijn klimaatthema’ 

Dan is er nog een risico dat je binnen de organisatie bekend komt te staan als degene die altijd weer over klimaat begint.

Humor kan helpen, zegt Loes. “Je kunt best zeggen: nou, daar ben ik weer hoor, met mijn klimaatthema.”

Maar soms is het zinvoller om het ongemak rechtstreeks te benoemen. Ik kom steeds met dit onderwerp bij jou. Hoe is dat eigenlijk voor jou? Dan gaat het gesprek even niet over de inhoud, maar over de manier waarop jullie samenwerken.

Ook helpt het om niet te doen alsof je zelf consequent alle juiste keuzes maakt. “Ik leef heel klimaatvriendelijk, maar ook ik doe dingen waarvan ik denk: dit is niet het beste voor het klimaat. Ik heb ook dilemma’s.”

Die kwetsbaarheid maakt het gesprek gelijkwaardiger. “Het is niet alsof jij alles beter weet.”

Oefen morgen al bij de koffiemachine


Deel met een collega een eigen ‘klimaatspagaat’: een moment waarop je duurzame intenties botsen met gemak, werk of andere belangen. Vraag vervolgens: wat is die van jou? En oefen vooral met luisteren zonder oordeel. Je hoeft niets op te lossen.

Zoek medestanders

Wie binnen een organisatie vooroploopt, kan zich behoorlijk alleen voelen. Loes adviseert daarom bewust medestanders te zoeken.

“Verbondenheid met gelijkgestemden geeft hoop, inspiratie en helpt om effectiever te worden.”

Die mensen zijn soms dichterbij dan gedacht. Ook collega’s die hun zorgen over klimaat niet dagelijks uitspreken, kunnen zich sterk betrokken voelen. Een gesprek kan die gedeelde motivatie zichtbaar maken.

Vanuit die gedachte ontwikkelde KlimaatGesprekken ook de klimaatambassadeurstraining, waarin klimaatpsychologie en gesprekstechnieken worden gecombineerd met het bouwen van een netwerk van mensen die elkaar binnen en buiten hun organisatie kunnen versterken.

“Nu denk ik veel vaker: oké, dit gesprek gaat een andere kant op dan ik had voorzien. Dan praten we daarna nog wel een keer.”

Luisteren vertraagt soms eerst

Levert al dat luisteren uiteindelijk ook meer resultaat op?

“Voor mij in ieder geval veel meer plezier”, zegt Loes. Vroeger voelde ze veel meer druk om een boodschap in één keer goed te laten landen. “Ik dacht: je hebt maar één kans en je moet het heel goed brengen. Nu denk ik veel vaker: oké, dit gesprek gaat een andere kant op dan ik had voorzien. Dan praten we daarna nog wel een keer.”

Voor organisaties kan die ruimte er uiteindelijk juist voor zorgen dat meer mensen aanhaken. Dat betekent niet dat het proces altijd sneller gaat.

“Soms vertraagt het in het begin juist. Maar daarna kan er ineens veel meer mogelijk zijn.”

Loes ervaarde dit bij een deelnemer aan een van haar sessies vanuit Klimaatgesprekken. Hij realiseerde zich tijdens een gesprek hoeveel uitstoot vliegen veroorzaakt. “Het zat niet eens zozeer in de feiten. Het was meer het besef: o, dit doe ik óók.”

Mobiliteit hoorde niet bij zijn takenpakket. Toch besloot hij te onderzoeken wat hij binnen het mobiliteitsbeleid van zijn organisatie kon veranderen. Juist doordat iemand die er formeel niet verantwoordelijk voor was het voortouw nam, haakten anderen aan.

“Ze zagen: hij vindt dit écht belangrijk. Dit doet hij niet alleen omdat het zijn werk is.”

Het verhaal achter Klimaatgesprekken

Stichting KlimaatGesprekken werd in 2016 opgericht en baseert haar aanpak op de Britse methode Carbon Conversations. Centraal staat niet alleen wat mensen weten over klimaat, maar ook wat verandering met hen doet: twijfels, zorgen, tegenstrijdige belangen en de vraag hoe je anderen meekrijgt.

Daarbij maakt KlimaatGesprekken onderscheid tussen je voetafdruk en je handafdruk. De eerste gaat over de impact van je eigen gedrag. De handafdruk gaat over de invloed die je op je omgeving kunt hebben: op collega’s, beleid, organisaties en uiteindelijk het systeem.

De zeven vuistregels voor een verbindend klimaatgesprek zijn: verwacht geen acute verandering, beweeg mee met weerstand, voed creativiteit, accepteer ambivalentie, luister naar de ander, praat vanuit je hart en kies je timing.

Zelf aan de slag met klimaatgesprekken? 

Wil je meer leren over gesprekken over klimaat en hoe je anderen daarin kunt meenemen? KlimaatGesprekken organiseert regelmatig een gratis kennismakingswebinar. Je kunt ook zelfstandig aan de slag met de gratis e-course.

Meer lezen over dit onderwerp?

Op de website van KlimaatGesprekken: Waarom jouw collega’s niet luisteren en wat je daaraan kunt doen.

Ook interessant voor je

Alexander Heusschen van Provincie Utrecht
Alexander Heusschen over hoe provincie Utrecht met een CO2-prijs van € 875,- de nieuwe standaard zette

"Maatschappelijke CO2-beprijzing: niemand wist wat het was, niemand paste het toe. Provincie Utrecht koos er wel voor. En dat was nooit zonder Klimaatverbond gelukt."

Naar het interview >>

Chris Mooiweer
Ontmoet onze directeur: Chris Mooiweer stelt zich voor

"We focussen vaak op de obstakels, maar vergeten soms het aantrekkelijke toekomstbeeld dat achter die [energie]transitie schuilt."

Naar het interview >>

Contact met Klimaatverbond

Meer weten over onze rol, een partnerschap of lidmaatschap? Neem vrijblijvend contact op: