In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat in 2050 alle ruim 7 miljoen woningen klimaatneutraal en van het aardgas af zijn. Dat vraagt om een benadering waar alle bewoners bij betrokken zijn en die realiseerbaar, betaalbaar en rechtvaardig is. De gemeente heeft hierbij de regie. Klimaatverbond Nederland heeft, samen met een aantal partners, de samenlevingsroute ontwikkeld, een route waarin overheid, marktpartijen en – vooral – de wijkbewoners samenwerken aan een wijkgerichte energietransitie. Hoe werkt dat? En, wat betekent de ‘regierol’ voor de gemeente. [lees verder]

De toekomst is meer dan ‘aardgasvrij’

Voor haar 25 jarig bestaan koos Klimaatverbond Nederland in 2017 een toen nog gewaagd thema: aardgasvrije wijken. Ze ging met congresdeelnemers het gesprek aan over wijkgerichte aanpak. Een van de gekozen vormen voor de discussie was het participatiespel ‘Route naar een aardgasvrije wijk’. Dat spel bestaat uit een zoektocht om in een fictieve wijk een ideale tijdlijn uit te zetten voor de ontwikkeling van de wijkgerichte energietransitie. De keuze die voorlag was: wordt het een warmtenet of all-electric? In het begin van de dialoog wilde een aantal mensen snel beslissen over de warmtebron en de technische voorzieningen die nodig waren om het plan te realiseren – geen tijd te verliezen. Gaande het gesprek werd duidelijk dat er bij wijkbewoners tal van vragen en ideeën leven en dat organisaties, zoals woningcorporaties, netwerkbedrijven en uitvoerende ondernemers meer tijd nodig hebben en vaak een geheel eigen kijk hebben op de ideale aanpak. Waar het begon met een simpele technische en financiële uitdaging, ontstond al snel een sociaal en organisatorisch vraagstuk.

In een ander verband, het Gelders Energieakkoord[i], werd hetzelfde dilemma duidelijk. Daar ging het om De Wijk van de Toekomst. Bewoners (huidige en toekomstige) van zo’n wijk vonden energie en klimaat weliswaar belangrijk, maar hadden ook heel andere wensen en zorgen over de toekomst: werkgelegenheid, veiligheid en overlast, kwaliteit van de leefomgeving, krimp en vergrijzing, klimaatadaptatie, gezondheid, armoede en schuldenproblematiek en eenzaamheid en sociale cohesie. Conclusie: inwoners staan niet vanzelfsprekend te dringen voor energetische wijkverbetering.

Energietransitie is meer dan techniek

En toch is het nodig om alle wijken klaar te maken voor de toekomst. Uiteindelijk zullen álle woningen grondig en energetisch gerenoveerd moeten worden, zodat bewoners minder en alleen nog duurzame energie hoeven te gebruiken. Voortbordurend op de eerdere ervaringen ging Klimaatverbond Nederland, samen met een aantal partners[ii], op onderzoek uit hoe de bredere wensen en noden van wijkbewoners passen in een geregisseerde aanpak vanuit de gemeente. Gemeenten hebben in het Klimaatakkoord immers de regierol gekregen over de energietransitie in de gebouwde omgeving. Zij staan aan de lat voor een gemeentelijke Transitievisie Warmte en voor Wijkuitvoeringsplannen. De gedachte achter deze rolverdeling is dat de wijktransitie bij uitstek dicht bij de bewoners plaats vindt.

Wat we in ons onderzoek aantreffen[iii] zijn gemeenten die niet goed weten hoe ze die regierol moeten invullen. Ze kijken allereerst naar ‘de markt’. Die heeft immers de benodigde kennis en kan besparing realiseren en installaties leveren. De markt is echter sterk versplinterd: gespecialiseerde bedrijven die zich met hun beperkte deel van de oplossing wenden tot individuele klanten.

Wijkgerichte energietransitie: Hoe regisseer je als overheid samenwerking?

Fig. 1: Klassieke leverancier-klantrelatie

 

 

 

 

De bedrijven pakken dat deel van de transitieopgave op dat het meest optimaal is voor de eigen bedrijfsvoering. Veel tijd en geld gaat daarbij zitten in marketing en onderlinge concurrentie. We zien ook aanbieders die onderlinge samenwerking zoeken in zogenaamde Energiedienstenbedrijven (ESCo’s) en zodoende meer geïntegreerde oplossingen ontwikkelen en aanbieden. Toch kunnen ook zij niet alle bewoners bereiken. Aan de vraagkant van de markt treffen we namelijk een beperkte groep potentiële klanten. Deze zijn milieubewust en relatief koopkrachtig, hebben kennis en tijd om de voor- en nadelen van het aanbod te beoordelen en geld om te investeren in verbetering van hun woning. In marketingjargon heten dat pioniers en waardezoekers[iv]. Maar de groep mensen die (nog) niet mee wil of kan doen, is vele malen groter. Voornaamste reden is dat het deze mensen ontbreekt aan kennis, tijd en geld. Ze hebben tal van andere meer urgente zaken aan hun hoofd, niet in de laatste plaats financiële.

Samenlevingsroute

Gezien het voorgaande is het voor een volledige transitie van de gebouwde omgeving onvoldoende om alleen te vertrouwen op de kracht van de huidige markt. Toch zien we dat de overheid – zowel landelijk als gemeentelijk – kiest voor de marktroute. Ze vragen bedrijven of ESCo’s om een aanbod te ontwikkelen, dat voor iedereen aanvaardbaar is. De bewoners spelen in het ontwikkelen van dit aanbod nauwelijks een rol. Zo ontstaat een marktaanbod zonder gedetailleerde kennis van de vraag.

Volledige wijktransitie is alleen mogelijk via wat wij de samenlevingsroute noemen. In die route ontwikkelen de partijen samen de beste collectieve oplossing voor de wijk, ontzorgen ze de individuele bewoners, zorgen ze voor aantrekkelijke en rechtvaardige financieringsconstructies en garanderen ze de afgesproken prestatie. De grootte en complexiteit van de opgave eist dat gemeenten de gebruikelijke top-bottom sturing verlaten en een route kiezen waar overheid, bedrijven en bewoners op basis van gelijkwaardigheid intensief met elkaar samenwerken. Bewoners zijn dan niet langer louter klant; ze zijn dan volwaardig deelnemer aan het verbeterproces.

Fig. 2: Positie van bewoners in de wijkgerichte

Fig. 2: Positie van bewoners in de wijkgerichte

 

 

 

 

 

 

In die samenlevingsroute kunnen álle bewoners meedoen. Niet voor niets staat in het Klimaatakkoord over de transitie in de gebouwde omgeving: “Dat gaan we tot 2050 stapsgewijs en samen met bewoners en eigenaren van deze gebouwen doen.”[v]

Maatschappelijke Energiedienstenorganisatie (M-EdO)

De onderlinge afhankelijkheid tussen de overheid, de bewoners en de aanbiedende marktpartijen is groot en zij moeten de samenwerking decennialang volhouden. Hiervoor is een nieuw soort volhoudbare organisatie nodig, een publiek-civiel-private organisatie die gezamenlijk ‘eigendom’ is van de drie partijen. Niet alleen het ‘schrijven’ van de plannen is een samenwerkingsproces, ook in de uitvoering en het langjarig beheer van de wijk volgen de partijen de samenlevingsroute. In deze maatschappelijke energiedienstenorganisatie (M-EdO) dragen overheid, bewoners en bedrijven samen verantwoordelijkheid, ieder vanuit een eigen specifieke rol en inbreng.

Fig. 2: Positie van bewoners in de wijkgerichte

Fig. 3: Samenwerking in Maatschappelijke Energiedienstenorganisatie

De maatschappelijke energiedienstenorganisatie is niet een ad hoc projectorganisatie. De wijktransitie is namelijk niet één project. Het is een langjarig proces waarin allerlei verschillende projecten samenkomen. Iedere woning, iedere buurt en wijk en elke gemeentelijke aanpak vraagt om een nieuwe serie afwegingen. Niet alleen met betrekking tot de keuze uit mogelijke energiemaatregelen. Het gaat ook over armoede, (verdeling van) kosten en baten, betaalbaarheid en financiering, milieu en natuur, klimaatadaptatie, gezondheid, veiligheid, fysieke omgeving, werkgelegenheid, bereikbaarheid en voorzieningen in de wijk.

Wijkgerichte energietransitie: Hoe regisseer je als overheid samenwerking?

Fig. 4: Werkveld van de Maatschappelijke Energiedienstenorganisatie

Het is een brede maatschappelijke opgave, waarin de Maatschappelijke Energiedienstenorganisatie het proces bewaakt en stuurt en de gemeente de regie voert. Die regie houdt meer in dan alleen faciliteren van het proces. De gemeente is als geen ander in staat en gelegitimeerd om te sturen op de gestelde doelen. Ze kan (financiële) middelen en capaciteit beschikbaar stellen, ze kan – extern én intern – beleidsvelden met elkaar verbinden, ze kan garant staan voor financiële risico’s en bovenal kan ze de verschillende spelers in positie brengen om hun capaciteit en competenties optimaal in te zetten in het samenspel. Die regierol eindigt ook niet als de wijk ‘klaar’ is. Ook daarna gaat de transitie door, onder andere vanwege de financiële afhandeling en de prestatiegaranties die onderdeel uitmaken van de ontzorgingsafspraken.

Webinar Wijkgerichte energietransitie

Klimaatverbond Nederland ontwikkelt de samenlevingsroute momenteel in de praktijk, samen met een consortium van partijen[vi] in een tiental gemeenten. Daarin passeren tal van vragen én antwoorden de revue. Tijdens het webinar van 11 februari bespreken we graag onze en uw ervaringen in de wijkgerichte energietransitie. We gaan in op de regisserende overheid in de wijkgerichte energietransitie en staan nadrukkelijk stil bij de bestuurlijke, sociale, technische en financiële uitdagingen. Hoe kan het gemeentebestuur sturen én verantwoordelijkheid delen met haar partners? Hoe brengen we bewoners- en wijkorganisaties in een gelijkwaardige positie? Hoe ga je om met energiearmoede? Hoe zorg je dat een Wijkuitvoeringsplan ook werkelijk tot uitvoering komt? Hoe kunnen (lokale) bedrijven hierin een plek krijgen en hoe kan een energiedienstenbedrijf (ESCo) daarin optimaal functioneren? Waar komt het geld vandaan om de kosten voor te financieren?

Jaarplan_2020_Klimaatverbond_Nederland_-_Streep

 

  • [i] Het Gelders Energieakkoord is in 2014 ontstaan als initiatief van Alliander, Klimaatverbond Nederland en Natuur en Milieu Gelderland. Het organiseert de samenwerking tussen de provincie, vrijwel alle Gelderse gemeenten, een groot aantal bedrijven en (georganiseerde) bewoners.
  • [ii] LSA Bewoners, EnergieSamen, Balance/Janssen & Johann, Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SvN)
  • [iii] Het onderzoek is beschreven in het Whitepaper Van klimaatakkoord naar keukentafel – Organisatie van de wijkgerichte energietransitie (https://klimaatverbond.nl/publicatie/whitepaper-van-klimaatakkoord-naar-keukentafel/).
  • [iv] De termen pioniers en waardezoekers zijn gebaseerd op de innovatiecurve van Rogers. Pioniers lopen voorop om de toepassing van nieuwe producten te versnellen, terwijl waardezoekers vooral geïnteresseerd zijn in deze nieuwe ontwikkelingen, producten en technieken omdat ze directe waarde voor hen opleveren.
  • [v] Klimaatakkoord (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 2019).
  • [vi] LSA Bewoners, EnergieSamen, Janssen & Johann, Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SvN)