Er spelen allerlei ontwikkelingen op het gebied van de energietransitie, op Europees, nationaal en lokaal en regionaal niveau. Deze ontwikkelingen vormen een belangrijk onderdeel van de context waarin een energiedienstenorganisatie een plek heeft of krijgt. Hier een aantal op een rijtje.

Europees niveau

Op Europees niveau is het belangrijkste kader de Green Deal. Een uitwerking daarvan, onderdeel van de zogenoemde ‘renovation wave’ is de one-stop-shop. Dat is een digitale of fysieke plek waar huiseigenaren alle informatie en diensten kunnen vinden die ze nodig hebben om hun huis te verduurzamen. Deze Europese aanpak is uitgewerkt door Klimaatverbond Nederland partner Energy Cities en is gericht op lokale actoren, zoals overheden. Onze aanpak is ook deel van deze ‘one-stop-shop’.

Nationaal niveau

Op nationaal niveau is het Klimaatakkoord een belangrijke. In de afspraken van het Klimaatakkoord over de gebouwde omgeving staat het volgende: “Ontzorgingsconcepten voor (particuliere) gebouweigenaren zullen op basis van de ervaringen en experimenten met lokale en regionale initiatieven, gecombineerd met verschillende vormen van (gebouwgebonden) financiering, verder worden uitgewerkt. Daarbij zal ook worden bezien welke vormen van samenwerking tussen overheden, netbeheerders, investeerders/financiers en energiebedrijven mogelijk zijn en vervolgens op welke wijze aanbestedingen kunnen worden vormgegeven om te komen tot een bundeling van vraag en aanbod, zodat expertise van marktpartijen (bouwbedrijven, installatiebedrijven, energiebedrijven) ingezet kan worden t.b.v. een voor (particuliere) gebouweigenaren vertrouwenwekkend ontzorgingsaanbod en kostenreductie.” 

In de kamerbrief van 28 september 2020 wordt onder andere ingegaan op de gebouwgebonden financiering en een gebouwgebonden verduurzamingsdienst en wordt verder ingegaan op het belang van technische en financiële ontzorging en de inspanningen van het Rijk en haar partners op dat gebied.

Lokaal en regionaal niveau

Op lokaal niveau kunnen energiedienstenorganisaties een belangrijke bijdrage leveren om van het aardgas af te gaan. Allereerst dienen gemeenten uiterlijk eind 2021 een Transitievisie Warmte vast te stellen. Hierin geven de gemeenten aan welke wijken en buurten wanneer van het aardgas af gaan. Voor de wijken en buurten die vóór 2030 van het aardgas af gaan, worden de mogelijke alternatieven voor warmte al aangegeven. De wijkuitvoeringsplannen zijn vervolgens gedetailleerde uitwerkingen per wijk. Hierbij worden ook de bewoners en gebouweigenaren in de wijk betrokken. Een energiedienstenorganisatie kan een belangrijke rol spelen in de samenwerking tussen de verschillende actoren en de uitvoering van maatregelen.